Week 5 Tangalle - Negombo

Dinsdag 5 februari, rustdag in Tangalle

Coconut

We zijn voor de tweede keer stilgevallen op een tropisch strand, nu ongeveer 250 km verder. Tangalle, een vissersdorp met een prachtig kilometerslang strand. Met een beschaafde golfslag, op het saaie af. Weer beachfront bungalow onder de kokospalmen, restaurant van Coconut beach op 10 meter afstand. Voor het ontbijt even zwemmen in zee of bij de vissers op het strand kijken wat ze vannacht gevangen hebben, dat soort werk. Om zeer ernstig lui van te worden, we hebben er nog maar een dagje aan vastgeplakt. We hebben tijd over, we hadden vooraf al besloten om in Galle te stoppen, de westkust is te druk. De laatste etappe hier naartoe bevestigde de juistheid van dat besluit. Alhoewel te druk niet een juiste omschrijving is, als iedereen gewoon pas ging inhalen als het echt kon was er niks aan de hand. Maar ze halen hier op elk willekeurig moment totdat is gebleken dat het toch echt niet past. Ze komen soms met drieën tegelijk ons tegemoet, tuk-tuk, minibus en jakkerende grote bus. De kunst is om niet gestrest en opgefokt te raken, maar dat lukte ons niet helemaal, terwijl we toch in optimaal ontspannen toestand verkeren. Het is dus toch waar wat onze Srilankaanse gids ons 8 jaar geleden vertelde: in uw land rijden ze aan de rechterkant van de weg, in Engeland aan de linkerkant. In Sri Lanka "it's optional".
Toen we dit onheil bespraken met Nederlandse fietsers die eergisteren dezelfde etappe deden als wij (met het Awol routeboekje), vertelden ze nog drukkere wegen te hebben moeten trotseren. We zijn blij dat we onze eigen plan hebben getrokken, de wegen in Noorden en Oosten waren betrekkelijk rustig. De laatste twee etappes gaan we ook maar met de kaart in de hand op zoek naar rustige secundaire wegen (met asfalt), want anders is de zo zorgvuldig opgebouwde relaxstand binnen no-time weer verdwenen. Als dat binnen anderhalve week thuis gebeurt is dat vroeg genoeg.
Zo los van iedere routebeschrijving een vreemd land bereizen hadden we nog niet eerder gedaan. Onze eerste verre reizen waren groepsreizen, in navolging van onze Cycletours reizen. De reis naar Equador in 2007 was voor ons een keerpunt. Sportieve reizen trekken een ander publiek dan het verwende nesten-gezelschap (voornamelijk VVAA'ers) dat we daar aantroffen. Mensen die bulkten van het geld maar nog te benauwd waren een vruchtendrankje uit pak te drinken. Dat resulteerde uiteindelijk in onze fietsreis van twee jaar geleden, alhoewel we toen nog wel het routeboekje van Awol aanhielden. En nu dus helemaal op eigen kracht op de fiets door een grotendeels nog nauwelijks door toeristen bezocht gebied. Wij zijn dan wel geen Livingstones, maar toch wel een beetje trots op onszelf. 

Woensdag 6 februari Tangalle-Mirissa 60 km
Sarongs

Eerder schreef ik dat de Srilankaanse man de sarong heeft afgezworen, maar dat is toch niet helemaal waar. De oudere generatie is er nog erg aan gehecht, zeker op het platteland. De sarong is een rondgeweven lap stof, van 2 bij 1 meter. Meestal patroon zakdoek. Daarboven dragen ze een wijdvallend overhemd, altijd van afwijkend patroon en kleurstelling. Of het comfortabel zit weet ik niet want ze zijn er de hele dag mee in de weer. Knoop op de buik opnieuw strak aantrekken, dubbelvouwen zodat de onderrand niet in de visrestanten op de kade of in andere ongerechtigheden komt of geheel nieuw in positie brengen.
Als ze daar mee klaar zijn krabben ze even aan hun ballen. Waarom ze dat de hele dag doen vraag ik me af. Ik ga er vanuit dat ze geen onderbroek eronder dragen, dus het hele zaakje hangt vrolijk en vrij. Bram lijkt het overigens wel lekker, dat je zo ongegeneerd in het openbaar daar mag staan krabbelen.
Misschien dat het komt omdat de sarongs maar eens per week gewassen worden, ze zien er vaak nogal smoezelig uit. Zaterdag is hier de wasdag, dan wordt geprobeerd met grote blokken Sunlight zeep om de schooluniformen van de kinderen weer wit te krijgen, na een week stoffig schoolbezoek. Wassen gebeurt toch nog wel erg vaak in rivier of meer. Na de gezinswas staan ze zichzelf in te zepen, overigens nooit bloot, maar altijd kuis met omslagdoek. Ze zijn erg schoon op zichzelf hadden we eerder al begrepen.
Al met al is het toch nog wel echt een derdewereldland. Wassen in de rivier, koken op sprokkelhout, afval verbranden en elektriciteit die regelmatig uitvalt. Op de markt staan magere mannetjes een paar visjes te verkopen, naast overigens goedgevulde groentekramen.
Maar de vooruitgang is dagelijks te zien. Het aantal te dikke kinderen is schokkend.
In toenemende mate worden we ingehaald door particuliere auto's, meestal Japanners en een enkele Mercedes. En hier en daar worden naast de lemen hutjes met bamboedak toch flinke villa's gebouwd.
We hebben nog niet zoals in Cambodja de Hummers en Rolls Royces gezien. Wellicht in de hoofdstad Colombo, waar we dinsdag nog een afsluitend bezoekje gaan brengen.
Vandaag de een na laatste etappe gefietst,  slechts 60 km naar Mirissa. Opnieuw een badplaats. Hier zijn flink wat toeristen en de Srilankaanse jongens hebben zich ontwikkeld tot blitse beachboys. Inclusief rastakapsel. Ook vooruitgang......?
Helaas hadden we gisteren weer een spaakbreuk, de vierde. We zijn door onze noodvoorraad spaken voor het achterwiel heen. Maar fietsen ging toch nog wel, met gespalkte spaak. De laatste etappe is maar 25 km, dus dat moet nog wel lukken.
We hebben vandaag toch maar de kortste route genomen, over de hoofdweg maar gelukkig was het goed te doen ondanks alle bussen. We waren om half elf al hier, op tijd voor de eerste cappuccino in weken. Nou ja, cappuccino, iets dat die naam had.
Maar de zee en de beach zijn geweldig. Morgen walvissenexcursie. Weer eens wat anders dan olifanten.

Zaterdag 9 februari Mirissa - Galle 38 km.
Joekels

We hebben vanmorgen onze laatste etappe gefietst, van Mirissa naar Galle, slechts 38 km. Achterwiel met spaakprobleem hield zich prima maar we zijn blij dat we veilig over zijn. Nu nog transfer regelen naar Negombo maandag en hopen dat we een veilige chauffeur treffen. Van hieraf naar het vliegveld ligt een prachtige nieuwe autoweg, we hopen dat dit niet leidt tot roekeloos gescheur. Snelweg door de Chinezen aangelegd. Om de afzetmarkt van Chinese producten te vergroten waarschijnlijk. Alle bruggen in de route de afgelopen dagen zijn door de Japanners gerestaureerd na de tsunami van 2004. Zodat de Srilankanen maar snel Toyota's zullen aanschaffen. Maar waarschijnlijk effectievere ontwikkelingshulp dan het sponsoren van een schooltje op het platteland of het leveren van een tropendokter. Om maar niet te spreken van het helpen van een verlamd kind aan een beugel. Maar dat laatste blijf ik toch maar doen, voor het individuele kind een enorme verbetering van zijn of haar QOL.

Na twee weken in Tsunamigebied te hebben doorgebracht zitten we hier in Galle veilig. We hebben een guesthouse binnen het fort. In de 17e eeuw door "ons" met veel VOC mentaliteit aangelegd. Door die slappe Portugezen aangelegde aarden wallen met houten paaltjes hebben we vervangen door stevige stenen muren en bastions, naar later bleek tsunamiveilig. Binnen het fort, Werelderfgoed, Hollandse straatjes, koloniale huizen en Italiaanse koffie. Eindelijk een echte cappuccino. 
We hebben de afgelopen dagen niet veel geschreven, als je in de luie stand staat kom je verder ook tot niks. De pauzes tussen ontbijt, lunch en diner rondbrengen met beetje rondhangen op strand, strandwandeling maken, kijken naar de surfboys, lezen en mijmeren over hoe fraai het weer was deze reis. Vanuit deze zalige lethargie 1 activiteit ondernomen, nou ja activiteit, met bootje anderhalf uur de oceaan op gevaren op zoek naar de blauwe vinvis, het grootste dier dat de aarde ooit heeft gekend. Alleen z'n tong is al zo groot als een olifant. En we hadden geluk (kans 50/50), we hadden de hoop eigenlijk al opgegeven maar toen kwam hij in beeld. Imponerend gezicht. We hadden afgelopen zomer in Canada al veel walvissen gezien, waaronder drie bultruggen van 25 meter, maar deze was nog 10 meter langer. Met deze joekel hebben we drie van de big five van Sri Lanka gezien, geen slechte score. Helaas geen lippenbeer of potvis, maar we zijn zo ook al heel tevreden.
Dat hebben we 's avonds op het strand maar gevierd met een Margarita en jumbo prawns. Joekels van garnalen, op de houtskoolgrill met een kilo knoflook er op. Mmmmm.
Nog maar even er van genieten voordat we teruggaan naar koud en donker Nederland.
Ik snap die VOC-ers wel.

Zondag 11 februari 2013 rustdag Galle

Herinneringen

Jarenlang heb ik een talisman in mijn portemonnee gehad, aan het eind van de vakantie in 2005 gekocht op de nightmarket in Hua Hin in Thailand. Voorop stond een afbeelding van Boeddha, achterop een tekst die ik niet kon lezen. Thaise mannen dragen hele bossen van dat soort talismannen om hun nek. Bijgeloof.
Het was in meerdere opzichten een memorabele vakantie. Onze tweede Aziëreis, waarin ik bijna van een waterval afviel. Ik kwam twee meter onder de rand op een klein richeltje tot stilstand. Ik krijg het nog benauwd als ik er aan denk. Bijna 10 meter naar beneden lazeren in het snel stromende water. Daar kan je ongemakkelijk van gaan dromen. Maar goed dat Marijke het niet gezien heeft. Een paar jaar later was ik de talisman opeens kwijt. 
Het was niet de eerste keer dat ik iets in mijn portemonnee bewaarde dat daar niet in thuis hoorde. Het was een cent uit 1928 die ik als kind in de portemonnee van mijn moeder vond. En op een dag was die cent ook verdwenen. Misschien zit die cent nu in een verzamelaarsalbum waar hij nooit meer uitkomt. Het moet door die cent zijn gekomen dat ik het leuk vind om iets in mijn portemonnee te hebben waar je zuinig op moet zijn. Afgezien van geld natuurlijk. Het herinnert me er (tevergeefs) aan dat ik zuiniger zou moeten zijn. Of ik ook bijgelovig ben laat ik in het midden.
In mijn portemonnee heb ik naast het muntgeld nog wel het afgesleten topje van een huisjesschelp. Gevonden op een strand ergens in Thailand aan het einde van onze fietsreis van twee jaar geleden. In sommige culturen vroeger ook een betaalmiddel. Vaak als ik mijn portemonnee doorspit op zoek naar gepaste betaling kom ik het tegen. 
Sinds vandaag zit er ook een muntje van de VOC uit 1734 in mijn portemonnee.  Gekocht van een man die een hele verzameling munten had in een smoezelig blikken trommeltje. Hij wist ook de Nederlandse benamingen ervan. Stuiver, kwartje. Uit Zeeland, Utrecht of Brabant. Of het muntje echt is weet ik niet. Eerst wilde hij er 1500 roepies voor hebben (€ 9,00). Uiteindelijk voor 500 roepies gekocht. Maakt ook niks uit of het echt is of niet. Het is een mooi hulpmiddel om nog vaak aan deze reis terug te denken. Wel weer een hele zorg om dat muntje in de portemonnee te houden.

Maandag 12 februari 2013 transfer Galle- Colombo
Dinsdag 13 februari 2013 bezoek Colombo

Dutch Heritage

"Did you like the museum" vroeg de kaartjesverkoper van het Dutch Heritage museum in Colombo. (En eigenlijk wilde hij ook graag de kaartjes terug om ze nog een tweede keer te kunnen verkopen). "Yes" zeiden we braaf en beleefd, maar eigenlijk had ik willen zeggen: "no". Waarom laten jullie al die lanterfantende suppoosten hierbinnen niet eens met hun handen wapperen? Stofdoek, en een pot meubelwas en poetsen maar. Prachtige koloniale meubelen stonden er, dof en onder het stof. Kapotte stoelzittingen, al eeuwen geen tijd of geld om ze te repareren. En haal dan meteen dat prachtige scheepvaartschilderij dat jullie gekregen hebben van het Amsterdams Historisch Museum van die roestige spijkers en hang het op een verlicht plekje. Met een luchtvochtigheidsmeter er naast. 
Een beetje boos werd ik er toch wel om, mede omdat we al eerder hadden gezien dat ze nogal slordig omsprongen met "ons" erfgoed. Maar dat is zinloze boosheid, dat weet ik ook wel. Dit is een derdewereldland.
Aan het behoud en herstel van koloniaal erfgoed wordt op dit moment nog geen prioriteit gegeven, tenzij onze regering flink sponsort, zoals die 62 miljoen roepies aan het door oorlog verwoeste fort in Jaffna. Maar wellicht beschouwen zij "ons" erfgoed met gemengde gevoelens. Nergens is ons duidelijk geworden welk voordeel de bevolking van het 17e en 18e eeuwse Ceylon zelf heeft gehad bij de Nederlandse aanwezigheid hier. De VOC stond erom bekend zijn soldaten en matrozen slecht te betalen. Dus dat zullen ze met de inlanders ook wel hebben gedaan.

Het bezoek aan het museum in Colombo (verder vieze oninteressante stad) vormde de afronding van een 5 weken durende fietstocht langs ons koloniale verleden.
Van 1653 tot 1796 was Ceylon voor de VOC een belangrijke handelspost. Om onze handel in specerijen, edelmetalen en opium veilig te stellen werden in Ceylon langs de kust talloze forten gebouwd, om Europese en andere opportunisten op doeltreffende afstand te houden. We hebben het land nooit echt bezeten, zoals na ons de Engelsen. De Heren XVII van de VOC, zeg maar de Raad van Commissarissen van de eerste multinational ooit, maakten de dienst uit in de voor ons relevante gebieden, en onderhielden voor zover nodig zakelijke banden met de koning van Kandy, die over het binnenland regeerde.
Volgens de teksten in het museum deden ze dat met oog voor de oorspronkelijke cultuur van dit land. Weliswaar met gebruikmaking van (Afrikaanse) slaven, maar dat was in die tijd nogal in de mode.
Het is jammer dat anno nu in Nederland de discussie alleen nog maar  gaat over die slaven en over uitbuiting, na Balkenende's als onhandig bestempelde oproep tot meer VOC-mentaliteit.  We zijn als natie zo weinig trots op onze reislust en ondernemingszin eeuwen terug.
We plukken er nog steeds de vruchten van, o.a. met de talloze toeristen die zich jaarlijks in de oude Hollandse binnensteden vergapen aan historische grachtenpanden. 

Wij hebben de afgelopen weken toch wel flink ontzag gekregen voor onze voorouders. Wat bewoog dappere mannen en later ook vrouwen om per houten zeilschip af te reizen naar onbekende tropische streken, vol enge ziektes en een klimaat niet erg geschikt voor blanken? Velen keerden niet terug, een schipbreuk was niet zeldzaam, de wateren hier aan de kusten liggen vol met vergane schepen. Op de grafstenen die we zagen was er zelden iemand ouder dan 55. Kinderen stierven bij bosjes.
"Hier leyt begraven het lijk van deene heer Abraham Roos van Amsterdam, in zijn leven commandeur van Jaffnapattam, overleeden den eersten maart A.1746, oud 47 jaren en 7 maanden". Zijn vrouw lag ernaast, in de restanten van wat eens het kerkje was binnen het fort van Mannar.
We bezochten 7 forten en een handvol kerken en gouverneurswoningen. Fort Negombo, Mannar, Jaffna, Batticaloa, Matara, Galle en Colombo. De laatste is als zodanig niet meer te herkennen, maar de wijk waarin het lag heet nog altijd Colombo-Fort.   
Met sommige forten was het als geschetst droevig gesteld, het fort in Batticaloa was binnen bebouwd met gemeentekantoren en op de wallen was het een vuilnisbelt.
Het fort in Negombo is nauwelijks meer te herkennen, alleen een half ingestorte toegangspoort verwijst naar wat hier ooit lag. Binnen is er een gevangenis tegenwoordig.
In Mannar werden we spontaan rondgeleid door een jongeman die vertelde namens het ministerie van archeologie leiding te geven aan de herstelwerkzaamheden. Welke dat waren konden we niet zien, maar dat er behoefte aan is was duidelijk. In het licht van de ondergaande zon liepen we met hem en een soldaat langs kruitruimte, uitkijkposten en waterreservoirs. Op de binnenplaats speelden de andere soldaten cricket, volkssport nr. 1 in Sri Lanka.
Die privé rondleiding kregen we ook in Redoute van Eck, een van de twee fortificaties in Matara, in het zuiden van het land. Deze was keurig gerestaureerd, met een heuse krokodil in de slotgracht. En over Galle schreven we al, prachtig was dat. De voormalige gouverneurswoning was een luxe hotel, met glanzende antieke vloeren en meubels. De cappuccino kostte 3 euro, just like home.  Een nachtje slapen 400, dat hebben we daar maar niet gedaan.
Uiteindelijk, als dit land de schade van 30 jaar burgeroorlog heeft weten te overwinnen zal het wel goed komen met ons Nederlands erfgoed hier. En als we maar flink blijven sponsoren, vanuit tax-money of zoals wij nu vanuit vakantiebudget. Wel of niet als boetedoening, ik weet het niet, maar dat is een dikke 400 jaar later toch moeilijk te reconstrueren. Voor ons was het in ieder geval een boeiende rode draad in onze tropische fietsvakantie. 1800 km, safe and sound, het is weer mooi geweest, op naar koud en nat Nederland!