Tips voor fietsers in Vietnam

Om commentaar  te voorkomen dat onze website over fietsen in Azië alleen maar reisproza bevat en weinig concrete fietsersinformatie hierbij nog wat tips over fietsen in Vietnam. 

Algemeen:
We reisden in november/ december 2015 per tandem van de grensovergang met China bij Lao Cai in Noord Vietnam via Hanoi en Dong Ha naar de grensovergang naar Laos bij Lao Bao. Vanuit Dong Ha fietsten we nog op en neer naar Hué. In totaal ongeveer 1275 km in een kleine maand tijd. 

Routes:
Tot Hanoi fietsten we met een routeboekje van Asian way of life, nadien vonden we zelf onze route met Nelles Map, Google Maps en vooral de app Pocket earth. Deze laatste maakt in de regel mooie routes, zelfs over betonpaadjes door leuke dorpjes. De kaarten die je thuis kunt downloaden voor offline gebruik zijn niet al te gedetailleerd, maar voldoen prima. Verder stuurden we iedere dag een Whatsapp bericht met locatie naar dochterlief. Deze kaarten waren eigenlijk het meest gedetailleerd, maar kwamen vervolgens weer niet altijd overeen met Google Maps (is er nu wel of niet een brug....?).
We fietsten veelal over rustige landweggetjes en maar 25 km op Highway 1. We hebben ook redelijk vaak op Highway 15, de HCM route (NB: dat is weer wat anders dan de HCM trail) gefietst, dat is prima te doen, goed asfalt, weinig zwaar verkeer. 

Verkeer:
Fietsen op Highway 1 is redelijk te doen als je toch al doof bent. De weg is breed en kent brede vluchtstroken die voor het langzame verkeer bedoeld zijn. Daar rijd je redelijk veilig, maar je wordt gek van het getoeter. Sommige vrachtwagens of bussen hebben zulke harde luchthoorns dat je oren er pijn van doen. Verder ligt er veel rommel op de vluchtstrook; onze beide lekke banden liepen we op op zo'n vluchtstrook. Maar het is niet echt relaxed fietsen met dat zware verkeer vlak naast je.
Het wegverkeer bestaat verder vooral uit brommers, miljoenen brommers, die allemaal royaal toeteren. Je kunt proberen je daarvoor af te sluiten, maar in de loop van de fietsdag kost dat steeds meer moeite. Het toeteren heeft verder geen betekenis, ze blijven vriendelijk glimlachen bij het inhalen.
Verder komen ze van rechts uit kleine paadjes de grote weg oprijden zonder ook maar even naar links te kijken of dat wel kan, ze rijden aan de verkeerde kant van de weg en slaan vlak voor je neus naar links vanuit de tegenovergestelde rijrichting. Dit alles vooral in stedelijke omgeving. Het gemiddelde rijtempo is laag, dus behalve dat je regelmatig schrikt gebeurt er niet zoveel.
Verder zijn er ook nog een paar bejaarde fietsers die links afslaan zonder om te kijken, maar dat is een uitstervend soort. 
Fietsende schoolkinderen vormen een ander veiligheidsrisico. Ze blijven massaal achter je hangen of fietsen in drietallen naast je, zonder op te letten op het overige verkeer. "Whatsyourname?" "Where you from?". Het antwoord kunnen ze meestal niks mee, ondanks het feit dat hun Engelse schoolboeken er behoorlijk ingewikkeld uitzien. Ze leren alleen maar zinnen overschrijven, enig onderwijs in Engelse conversatie ontbreekt kennelijk. Even hard doortrappen en je hebt ze weer gelost. 
Bij ieder groter kruispunt staat een blauw bord met wegaanduidingen, al zijn de plaatsnamen soms anders dan op de kaart vermeld. Handiger is op wegnummer te rijden, die staan goed vermeld op de kilometerpaaltjes. Er zijn ook altijd hectometerpaaltjes. Niet teveel naar kijken anders schiet het niet erg op onderweg.
Het asfalt was overal redelijk tot goed, we hebben geen stukgereden asfalt aangetroffen zoals in China. Het is wel af en toe wat hobbelig.
In de buurt van de kust is het terrein vlak, daarbuiten glooiend of heuvelachtig maar op onze route nergens echt zwaar (behalve als je naar Sapa fietst, maar dat hebben wij met onze tandem niet gedaan). De 7 km klim naar de Laotiaanse grensovergang bij Lao Bao was pittig, maar wel te doen. 

Overnachten:
Iedere stad of dorp van enige betekenis heeft wel een guesthouse (Nha Nghi) of een hotel (Khach San). Je kunt er naast overnachten ook kamers per uur huren. Vietnamese echtparen die vaak in multigenerationele huizen wonen gaan dan een uurtje naar zo'n hotel voor een beetje privacy. 
De hygiene is niet altijd vanzelfsprekend. Met name de badkamer moet je soms even eerst wat poetsen. Als je de wastafelkraan aanzet komt het water er meestal ook aan de onderkant van de wastafel ergens uitlopen. Of onder aan de kraan. Maar omdat de Aziatische badkamer toch altijd kletsnat is, omdat er geen aparte douchebak is en vanwege onoordeelkundig gebruik van de kontsproeier, is dat verder geen probleem. Bovendien zit zelden het afvoerputje op de laagste plaats in de badkamervloer. Er staan altijd slippers om droge voeten te houden, maar wij prefereren onze eigen slippers.  Ook ligt op het bed wel altijd een schoon onderlaken, maar het sprei-achtige dekentje waar je geacht wordt onder te slapen (met de airco op 18), ruikt niet altijd alsof het net uit de was komt. We maakten vaak gebruik van onze zijden lakenzak (met de airco op 23 of alleen de fan). 
Kosten per kamer 200.000 tot 300.000 VND, ongeveer 8 - 12 euro. Afdingen kan maar lukt (ons) niet altijd. 
Je hebt eigenlijk altijd een eigen badkamer, warm water (als de stroom niet is uitgevallen) en airco voor dat geld, meestal geen ontbijt. 
Als je in Google maps zoekt op hotels zie je keurig met rode bolletjes waar de hotels zijn. Onze ervaring leert dat er meestal meer hotels zijn dan hier aangegeven, maar niet altijd. Op de bijna 100 km lange weg (QL 15) bijvoorbeeld tussen Dong Hoi en Dong Ha was er alleen na 60 km in Ben Quan een (niet nader door ons onderzocht) guesthouse. 

Eten en drinken:
Overal zijn soepstalletjes, behalve als je net hebt bedacht: ik lust wel een soepje. Dan kan het opeens even duren. Pho Bo is met rundvlees. Pho Ga met kip, maar die is meestal in stukken gehakt met bot erbij. Dat vinden wij minder prettig. Er is ook een vegetarische variant, maar ik ben er niet van overtuigd dat de bouillon niet gewoon van vlees is getrokken. Op een noedelsoepje (30.000VND= 1,25 €) kun je wel weer een paar uurtjes fietsen. Soms is er rijstsoep, ook lekker. 
Ze verkopen ook kleine witte stokbroodjes. In combinatie met banaan, La Vache qui Rit-kaasjes of pindakaas (we hebben onze voorraad hier weer kunnen aanvullen in een eenvoudige buurtwinkeltje in Dong Hoi) ook een smakelijk hapje. Er worden ook belegde stokbroodjes verkocht (Bun Paté), maar dat hebben we nooit geprobeerd omdat de ingrediënten van het beleg wat onherkenbaar zijn. Watjes zijn we. 
' s Avonds is er altijd wel een restaurant (Nha Hang). Een Engelse menukaart is er zelden. Je mag soms in de keuken aanwijzen wat je wil hebben, of op de tafel van andere eetgasten. We hadden op Google translate een aantal begrippen vastgelegd (vlees, tofu, groente, rijst, gebakken rijst, etc).  Dat was erg handig maar had wel tot het gevolg dat we heel vaak hetzelfde hebben gegeten, een beetje eentonig maar altijd smakelijk.
Afbeelding invoegenLangs de kust heb je visrestaurants waar de vis en schaaldieren in grote bakken water worden bewaard. Je betaalt per kilo en het is altijd vers. De restaurantkeukens zien er rommelig en primitief uit, maar zijn eigenlijk altijd schoon. We zijn niet ziek geweest deze maand. Gemiddeld waren we vier euro kwijt pp voor een maaltijd met een biertje. Dat bier is helaas vaak lauw en wordt geserveerd met ijsblokjes 
Op marktjes is veel vers fruit te koop.

Klimaat
In onze wintermaanden is het in Noord Vietnam ook winter, voor hun begrip. Het was vaak bewolkt, we hadden enkele dagen met (enige) regen. De temperatuur bleef echter meestal (ruim) boven de twintig graden, dus dat leverde eigenlijk aangenaam fietsweer op. Op twee regendagen zakte de temperatuur echter onder die twintig graden, dat vonden we duidelijk minder aangenaam. Aan de kust is er af en toe flinke wind. 

Toerisme
Op het platteland zie je geen toeristen. Alleen in Hanoi en Halong Bay, in Phong Na, in Dong Hoi en Hué zagen we witmensen. Dat is ook wel verklaarbaar, in de tussenliggende plaatsen is voor een gemiddelde toerist niks te beleven. 

Vietnamezen
De Vietnamezen zijn een open, vriendelijk, relaxed en goedlachs volk. Ze spreken meestal nauwelijks Engels, maar met handen en voeten heb je toch vaak leuke communicatie.  Ze zitten ook vaak aan je lichaam, er kneep zelfs een vrouw in mijn tieten om aan te geven dat ze er wel wat van wilde overnemen. Ze snappen niet dat wij met blote armen en benen in de zon fietsen, bang als ze zelf zijn om hun getinte huid nog donkerder te laten kleuren. 

Veiligheid
Behalve de hierboven gemaakte opmerkingen over het verkeer hebben we ons nooit onveilig gevoeld in Vietnam.